Storytelling: een techniek voor boeiende verhalen

| storytelling, verhalen

storytellingvertelverhaal.jpg

Storytelling is een techniek je die helpt om je presentatie levendig te maken. Een goed verhaal in plaats van een droge opsomming doet wonderen. In dit artikel bespreken we een doeltreffende techniek om de kracht van storytelling toe te passen bij een presentatie.

Je wilt een idee uitleggen, een project voorstellen of een ervaring delen. Wat vertel je eerst? Welke details zijn relevant? En hoe verbind je je verhaal met de boodschap die je wilt overbrengen?

De CAST-techniek geeft je vier aandachtspunten om je verhaal voor te bereiden: Content, Audience, Story en Telling. Hieronder ontdek je hoe je ermee aan de slag gaat.

Wat is de CAST-techniek?

CAST staat voor:

  • Content: de inhoud en kernboodschap van je verhaal.
  • Audience: het publiek voor wie je het vertelt.
  • Story: de opbouw van je verhaal.
  • Telling: de manier waarop je het brengt.

Gebruik deze vier onderdelen als voorbereiding en als controle achteraf. Past je verhaal bij je doel en publiek? Is de opbouw duidelijk? En kun je het natuurlijk vertellen?

1. Content: bepaal wat je wilt vertellen

Begin met je kernboodschap. Wat moeten je luisteraars na afloop begrijpen, onthouden of overwegen? Zoek vervolgens een relevante gebeurtenis, ervaring of praktijksituatie waarmee je die boodschap kunt verduidelijken.

Noteer de belangrijkste feiten:

  • Wie was betrokken?
  • Waar en wanneer speelde het zich af?
  • Wat gebeurde er?
  • Welke keuze of actie volgde?
  • Wat was de uitkomst of het inzicht?

Selecteer daarna de details die je publiek nodig heeft om het verhaal te volgen. Controleer feiten en cijfers. Gebruik je een verzonnen voorbeeld? Maak dan duidelijk dat het om een fictieve situatie gaat.

2. Audience: stem je verhaal af op je publiek

Een verhaal voor je eigen team vraagt mogelijk andere toelichting dan hetzelfde verhaal voor klanten of het management. Bepaal wat je publiek al weet en waarom deze situatie voor hen relevant is.

Stel jezelf deze vragen:

  • Wie luistert naar mijn verhaal?
  • Welke vragen of belangen hebben deze mensen?
  • Welke achtergrondinformatie hebben ze nodig?
  • Welke vaktermen moet ik uitleggen?
  • Wat wil ik na het verhaal met hen bespreken?

Houd er ook rekening mee dat iemand je boodschap later kan doorvertellen. Formuleer de kern daarom zo dat die ook zonder alle details begrijpelijk blijft.

3. Story: bouw een duidelijke verhaallijn

Een bruikbare structuur voor een praktijkverhaal is: situatie, uitdaging, aanpak en uitkomst. Je laat zien wat er speelde, waarom dat ertoe deed en wat er vervolgens gebeurde.

  • Situatie: geef voldoende context om het verhaal te begrijpen.
  • Uitdaging: beschrijf het probleem, de vraag of de verandering.
  • Aanpak: vertel welke keuze werd gemaakt en wat iemand deed.
  • Uitkomst: benoem het resultaat, de les of een vraag die nog openstaat.

Je hoeft geen groot conflict of spectaculaire ontknoping te creëren. Een kleine gebeurtenis uit de werkpraktijk kan voldoende zijn om je boodschap concreet te maken. Niet elk verhaal eindigt met een oplossing: ook een mislukte poging of een nieuw inzicht kan relevant zijn.

Verbind de uitkomst met je kernboodschap. Wat betekent deze ervaring voor het onderwerp dat je wilt bespreken?

4. Telling: oefen hoe je het verhaal brengt

Vertel je verhaal hardop voordat je het uitschrijft tot een volledige spreektekst. Zo merk je waar je uitleg omslachtig wordt, waar context ontbreekt en welke woorden natuurlijk aanvoelen.

Gebruik concrete taal. Beschrijf bijvoorbeeld wat iemand deed of zei, in plaats van alleen te vertellen dat een situatie “moeilijk” of “succesvol” was. Gebruik citaten alleen wanneer je de woorden correct kunt weergeven; anders kun je de strekking in je eigen woorden vertellen.

Oefen ook met pauzes, tempo en nadruk. Laat je gebaren de uitleg ondersteunen en geef je luisteraars ruimte om belangrijke punten te verwerken.

Bekijk hieronder de bestaande video over storytelling.

Oefening: maak je eigen CAST-voorbereiding

Kies een concrete situatie uit je werk. Bijvoorbeeld een klantvraag, een project dat anders liep dan verwacht of een verandering in je team.

  1. Content: schrijf je kernboodschap in één zin en noteer de relevante feiten.
  2. Audience: bepaal voor wie je het verhaal vertelt en waarom het voor hen belangrijk is.
  3. Story: werk situatie, uitdaging, aanpak en uitkomst uit in enkele kernwoorden.
  4. Telling: vertel het verhaal in ongeveer twee minuten aan een collega.

Vraag je collega daarna: “Wat was volgens jou mijn belangrijkste boodschap?” en “Waar had je meer of minder uitleg nodig?” Gebruik die feedback om je verhaal bij te werken.

Van verhaal naar zakelijke presentatie

Een praktijkverhaal kan een onderwerp introduceren of een argument verduidelijken. Zorg dat je ook de feiten, afwegingen en eventuele beperkingen bespreekt die je publiek nodig heeft. Eén ervaring bewijst niet automatisch dat iets altijd zo werkt.

Lees meer over storytelling voor zakelijke presentaties of bekijk hoe je een verhaal opbouwt voor je presentatie.

Werk aan je eigen verhaal

In de opleiding Storytelling werk je met de CAST-techniek aan een eigen verhaal en oefen je met feedback.

Wil je daarnaast breder werken aan het presenteren zelf? Vergelijk de opleidingen op onze pagina over presentatietraining.

 


Meer info: Cursus Storytelling